De implementatie van CO2-beprijzing heeft wisselend succes getoond in verschillende economieën. Hoewel de theoretische basis van Pigouviaanse belastingen een directe aanpak suggereert, is de praktijk complexer.
Landen met sterkere instituties behalen consistent betere resultaten, vooral wanneer CO2-belastingen worden gecombineerd met dividendprogramma's voor lagere inkomens(Nordhaus, 2019). Het emissiehandelssysteem van de EU dient, ondanks vroege uitdagingen, nu als een overtuigende casestudy voor hoe beprijzing in de loop der tijd kan worden verfijnd.
Critici stellen echter dat de regressieve aard van CO2-belastingen kwetsbare gemeenschappen onevenredig hard raakt. Het herinvesteren van inkomsten via dividenden is gebleken de meest politiek haalbare oplossing, zoals te zien in Canada.
De wisselwerking tussen nationaal beleid en internationale concurrentiepositie blijft een centraal punt. Grenscorrecties, zoals het CBAM van de EU, zijn een poging om weglek van emissies te voorkomen. Eerste bewijzen suggereren dat deze mechanismen kunnen